De deur gaat open. En dan moet je het ineens zelf kunnen.
Share
Jeugd · Strafrecht · Menselijke maat
De deur gaat open. En dan moet je het ineens zelf kunnen.
We investeren binnen jeugdinstellingen in structuur, ontwikkeling en resocialisatie. Maar wat gebeurt er wanneer een jongere buiten komt en het systeem weer uit losse delen bestaat?
Door Dossier op Orde · 14 augustus 2026
“Verantwoordelijkheid opleggen en iemand daadwerkelijk leren die verantwoordelijkheid te dragen, zijn twee verschillende dingen.”
Eind juli liet Nieuwsuur zien wat personeelstekorten binnen Nederlandse jeugdgevangenissen in de praktijk kunnen betekenen. Jongeren krijgen niet altijd het onderwijs, de behandeling en de activiteiten waar hun traject uit zou moeten bestaan. Een jongvolwassene vertelde dat hij soms dagen geen onderwijs kreeg omdat er niemand beschikbaar was om hem ernaartoe te begeleiden.
Misschien bleef één uitspraak uit die berichtgeving nog wel het meest bij mij hangen. Wanneer jongeren vanwege het niet krijgen van voldoende activiteitenuren recht hebben op een financiële vergoeding, geven sommigen aan dat zij dat geld helemaal niet willen.
Ze willen hun traject.
En juist dat raakte me enorm. Want uiteindelijk gaat die deur weer open. Dan is de vraag niet alleen wat een jongere binnen de muren tekort is gekomen, maar ook wat we buiten die muren ineens van hem verwachten.
Binnen proberen we jongeren voor te bereiden op buiten
Ik heb zelf aan verschillende kanten van dit systeem gewerkt. Eerst als groepsleidster binnen de gesloten jeugdzorg en later als docent binnen een justitiële jeugdinrichting.
Daardoor heb ik ook gezien hoeveel professionals zich binnen die muren inzetten om jongeren iets mee te geven. Structuur, onderwijs, behandeling, sociale vaardigheden, een diploma of certificaat, leren omgaan met frustratie, leren plannen en vooruitdenken naar werk, wonen en een leven waarin criminaliteit hopelijk geen rol meer speelt. Natuurlijk zag ik ook wat niet goed ging en bij Nieuwsuur werd besproken.
De instelling waar ik werkte probeerde de overgang naar buiten zo warm mogelijk te maken. Dat is waardevol en ik heb gezien hoeveel energie professionals daarin kunnen steken.
Maar juist daardoor ben ik steeds sterker gaan vinden dat een goede overgang niet afhankelijk zou mogen zijn van de instelling waarin een jongere toevallig verblijft, van die ene medewerker die nét een stap extra zet of van de jeugdreclasseerder die hij na zijn vertrek treft.
Daar valt opnieuw een gat.
Buiten moet je ineens heel veel kunnen
Binnen is vrijwel iedere dag georganiseerd. Buiten niet.
Daar moet je zelf opstaan. Je afspraken onthouden. Je telefoon opnemen wanneer een instantie belt. Weten wat er in een brief staat en begrijpen wat er gebeurt wanneer je niets doet.
Je moet misschien naar school, solliciteren of je melden bij de reclassering. Je moet een zorgverzekering regelen, huisvesting zoeken, inkomen aanvragen, een DigiD gebruiken, een bankrekening beheren en ondertussen misschien ook proberen weg te blijven uit precies het netwerk of het gedrag waardoor je eerder in de problemen kwam. Dat zijn voor veel volwassenen al ingewikkelde dingen.
Toch kunnen we ze ineens tegelijkertijd verwachten van een jongere die tot kort daarvoor in een omgeving verbleef waarin vrijwel ieder onderdeel van de dag voor hem georganiseerd werd.
Een schadevergoeding betalen terwijl je misschien nog nooit een rekening hebt betaald
Ik heb jongeren gezien die na hun detentie bijvoorbeeld maandelijks honderden euro's aan een opgelegde schadevergoeding via het CJIB moesten betalen.
Laat daar geen misverstand over bestaan: wanneer je schade veroorzaakt, hoort daar verantwoordelijkheid bij. Maar verantwoordelijkheid opleggen en iemand daadwerkelijk leren die verantwoordelijkheid te dragen zijn twee verschillende dingen. En hoe krijgt iemand op die manier na detentie een kansrijke start?
Wat als die jongen voordat hij werd opgesloten misschien nog nooit zelfstandig een rekening heeft betaald? Of wanneer die maandelijkse betaling aan het CJIB het kunnen bekostigen van een woonruimte in de weg zit? Wat als thuis nooit iemand met hem aan tafel heeft gezeten met een stapel post? Wat als hij niet weet wat een betalingsregeling is, wat een automatische incasso betekent of wat er gebeurt wanneer hij een betalingstermijn mist? Wat als hij überhaupt nooit heeft geleerd hoeveel geld je iedere maand nodig hebt voor huur, eten, verzekering, telefoon en vervoer?
Dan kunnen we zeggen dat hij verantwoordelijkheid moet nemen. Maar hebben we hem ook geleerd hoe?
Een meldmoment is nog geen vangnet
Na zijn vertrek kan een jongere begeleiding krijgen van de jeugdreclassering. Dat is belangrijk. Maar die begeleiding bestaat in de praktijk ook uit contactmomenten: melden, bespreken hoe het gaat, controleren of voorwaarden worden nageleefd en weer verder. Daarbij heb ik in al die jaren ook gezien hoe verschillend jeugdreclasseerders hun rol vervullen. Voor de ene jongere kan het voldoende zijn. Voor een andere jongere totaal niet.
Sommige jongeren hebben geen ouder die 's avonds even vraagt of die brief van het CJIB al is geopend. Geen moeder die helpt met een zorgverzekering. Geen vader die meegaat naar de gemeente. Geen tante die achter een woning aan belt. Geen stabiele vriendengroep waarop kan worden teruggevallen. Soms is juist het netwerk waarnaar een jongere terugkeert onderdeel van het probleem waaruit hij probeert weg te komen.
Dan is de overgang van een omgeving waarin bijna ieder uur georganiseerd is naar een situatie waarin hij vrijwel alles zelf moet regelen gigantisch. Van veel structuur naar af en toe een afspraak is niet automatisch een geleidelijke overgang. Voor sommige jongeren is het een afgrond.
Verantwoordelijkheid over de schutting
Precies dat triggert mij.
Binnen erkennen we dat ontwikkeling tijd nodig heeft. We investeren (op papier) in pedagogiek, behandeling, onderwijs, structuur en gedrag. Buiten verwachten we soms ineens zelfstandigheid.
Natuurlijk moet een jongere leren verantwoordelijkheid te nemen. Dat is juist onderdeel van volwassen worden. Maar verantwoordelijkheid aanleren is iets anders dan verantwoordelijkheid over de schutting gooien.
Wie nooit heeft geleerd een rekening te betalen, leert dat niet doordat er een betalingsherinnering op de mat valt. Wie moeite heeft met plannen, leert dat niet doordat drie verschillende organisaties drie verschillende afspraken inplannen. En iemand die jarenlang afhankelijk is geweest van professionals wordt niet zelfstandig omdat een traject op papier is beëindigd.
De overgang moet beginnen vóór de poort opengaat
We kunnen niet binnen maar half werken aan resocialisatie en buiten hopen dat het goedkomt. En langer opsluiten omdat de middelen er niet zijn en trajecten vertragen mag nooit een middel zijn om het doel te bereiken. De terugkeer zou daarom veel eerder moeten beginnen, intensiever moeten worden ingezet en over veel meer moeten gaan dan alleen de vraag waar iemand na vrijlating gaat wonen.
Kan deze jongere zelfstandig zijn administratie voeren? Begrijpt hij zijn financiële verplichtingen? Weet hij bij wie hij moet zijn wanneer iets misgaat? Kan hij afspraken plannen en onthouden? Weet hij welke instanties betrokken zijn? Heeft hij alle belangrijke documenten? Zijn aanvragen daadwerkelijk afgerond of alleen ingediend? Is er inkomen wanneer hij buitenkomt? Is behandeling geregeld? Kan hij terug naar school of werk? Is er een stabiele woonplek? Wat kan deze jongere daadwerkelijk zelf en waarbij heeft juist déze jongere nog ondersteuning nodig?
En vooral: hoe waarborgen we de trajecten?
Dat laatste vraagt om een veel persoonlijkere overgang dan een standaardlijst waarop alle vakjes administratief zijn afgevinkt en een grotere investering dan er tot nu toe altijd in is gedaan door de overheid.
Buiten wacht niet één systeem
Zodra een jongere buiten staat, wacht namelijk niet één organisatie die zijn traject integraal voortzet. Er wachten verschillende systemen.
De gemeente kan verantwoordelijk zijn voor het ene onderdeel. De jeugdreclassering voor een ander. Een zorgaanbieder voor behandeling. Een onderwijsinstelling voor school. Het CJIB voor een financiële verplichting. Een woningcorporatie of opvangorganisatie voor huisvesting. Iedere organisatie heeft haar eigen opdracht. Iedere organisatie kan haar eigen werk keurig uitvoeren. En toch kan dezelfde jongere tussen al die organisaties vastlopen.
Puur omdat het systeem zijn leven heeft opgeknipt in verantwoordelijkheden terwijl hijzelf maar één leven heeft.
Dat is één werkelijkheid. Wij maken er vijf dossiers van.
Voor die jongere hoort die rekening bij dezelfde week waarin hij ook een afspraak bij de reclassering heeft, ruzie thuis heeft, geen geld voor vervoer heeft, probeert weer naar school te gaan en drie brieven ontvangt waarvan hij niet begrijpt wat ermee moet gebeuren. Voor hem is dat niet een financieel dossier, een zorgdossier, een onderwijsdossier, een reclasseringsdossier en een huisvestingsdossier.
Het is gewoon zijn week.
Dat is één werkelijkheid. Wij maken er vijf dossiers van.
En precies op de grenzen tussen die dossiers ontstaat het risico dat niemand het geheel nog ziet.
De overheid moet verantwoordelijkheid nemen voor de ruimte tussen systemen
Juist daar ligt naar mijn mening een grotere verantwoordelijkheid voor de overheid. Niet door nóg een loket toe te voegen. Niet door nóg een organisatie verantwoordelijk te maken voor één klein stukje. Maar door de overgang van binnen naar buiten als één gezamenlijke publieke opgave te behandelen.
Met duidelijke verantwoordelijkheid voor de samenhang, een warme overdracht en ondersteuning die pas wordt afgebouwd wanneer daadwerkelijk blijkt dat een jongere de volgende stap kan dragen.
Want nu kan de jeugdinrichting zeggen dat het perspectiefplan klaar is of er geen personeel voor verlof is. De gemeente kan zeggen dat een aanvraag loopt maar een wachttijd kent. De reclassering kan zeggen dat de jongere zich heeft gemeld zonder te weten hoe het écht gaat. Het CJIB kan zeggen dat de betalingsverplichting correct is geregistreerd maar weet niet welke andere rekening is blijven liggen. De school kan zeggen dat een inschrijving nog niet rond is.
Iedere organisatie kan afzonderlijk gelijk hebben terwijl dezelfde jongere zonder inkomen, zonder stabiele woonplek, zonder dagritme en zonder iemand naast zich buiten staat.
Dan heeft misschien iedere organisatie zijn stukje gedaan.
Maar het systeem als geheel nog niet.
Een warme overgang zou geen geluk moeten zijn
Ik heb binnen instellingen genoeg professionals gezien die enorm hun best doen om zo'n overgang zorgvuldig te laten verlopen. Dat verdient erkenning. Maar juist daarom moeten we verder kijken dan goede bedoelingen en individuele inzet.
Een warme overgang zou geen geluk moeten zijn. Niet iets waarvan de kwaliteit wordt bepaald door toevallig die ene goede mentor, docent, groepsleider, trajectbegeleider, gemeenteambtenaar of jeugdreclasseerder. Het zou onderdeel moeten zijn van hoe het systeem is ingericht.
Een periode waarin niet alleen wordt gecontroleerd óf een jongere zijn verantwoordelijkheden nakomt, maar ook wordt gekeken of hij werkelijk in staat is die verantwoordelijkheden te dragen en ondersteund wordt. Waarin praktische vaardigheden voor zichzelf net zo serieus worden genomen als behandel- en gedragsdoelen die de maatschappij beschermen. Waarin informatie niet verdwijnt wanneer de ene organisatie haar dossier sluit en de volgende haar dossier opent.
En waarin het uitgangspunt niet alleen is:
Alles is geregeld.
Maar:
Deze jongere kan hiermee verder.
Waarom dit onderwerp thuishoort bij Dossier op Orde
Waarom schrijf ik hierover op Dossier op Orde?
Omdat dit precies hetzelfde patroon laat zien dat ik ook in andere complexe systemen tegenkom. Of het nu gaat om jeugdzorg, jeugdstrafrecht, langdurige zorg, maatschappelijke ondersteuning, wonen, schulden, onderwijs of werk: een mens heeft één situatie, terwijl organisaties die situatie opdelen in afzonderlijke verantwoordelijkheden, wetten, procedures en dossiers.
Iedere partij kijkt naar haar eigen stukje. Iedere partij kent haar eigen regels, termijnen en bevoegdheden. Dat is voor de organisatie logisch en vaak zelfs noodzakelijk. Maar voor de persoon die door al die systemen heen moet bewegen, bestaat die scheiding helemaal niet.
En juist op de overgangen ontstaan de gaten.
Dat is ook waar ik mij met Dossier op Orde mee bezighoud: niet alleen met documenten ordenen, maar vooral met het terugbrengen van samenhang in situaties waarin verschillende organisaties allemaal naar een ander gedeelte van hetzelfde verhaal kijken.
Wat is er gebeurd? Wat is besloten? Wie is waarvoor verantwoordelijk? Welke informatie heeft de ene organisatie wel en de andere niet? Welke stap had al gezet moeten worden? En waar sluit het ene traject niet aan op het volgende?
Dit opiniestuk gaat daarom niet alleen over jongeren die een jeugdgevangenis verlaten. Het gaat over een veel groter systeemprobleem.
Complexe systemen kunnen afzonderlijk goed georganiseerd zijn en gezamenlijk toch een mens laten vastlopen.
Dat mechanisme zie ik in vrijwel ieder domein terug waarin meerdere instanties rond één persoon betrokken raken. En zolang mensen die gaten zelf moeten blijven overbruggen, vind ik dat we daarover moeten blijven praten.
Een traject eindigt niet bij de poort
Als een jongere binnen al zegt dat hij geen financiële compensatie wil maar zijn traject, moeten we misschien iets langer stilstaan bij dat woord.
Een traject is niet alleen wat er gebeurt zolang iemand achter een gesloten deur verblijft. Juist wanneer die deur opengaat, wordt zichtbaar of alles wat binnen is opgebouwd buiten overeind kan blijven.
We kunnen van jongeren verwachten dat zij verantwoordelijkheid nemen voor hun toekomst. Maar dan moeten we er als samenleving ook verantwoordelijkheid voor nemen dat de overgang naar die toekomst niet bestaat uit losse loketten, brieven en contactmomenten waar zij zelf de samenhang tussen moeten zien te vinden.
De deur naar buiten zou geen sprong tussen systemen moeten zijn.
Het zou een overgang moeten zijn waarin zelfstandigheid wordt opgebouwd totdat iemand daadwerkelijk verder kan. Want pas dan is resocialisatie meer dan iets wat we binnen de muren organiseren.
Bronnen
- Nieuwsuur / NOS. (2026, juli). Berichtgeving over personeelstekorten, onderwijs, activiteitenprogramma's en begeleiding binnen justitiële jeugdinrichtingen. Bekijk Nieuwsuur
- Dienst Justitiële Inrichtingen. Informatie over behandeling, zorg, onderwijs en resocialisatie binnen justitiële jeugdinrichtingen. Bekijk bron
- Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming. Publicaties en adviezen over justitiële jeugd, nazorg en de overgang vanuit justitiële jeugdinrichtingen. Bekijk bron
- Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum. Onderzoek naar jeugdstrafrecht, justitiële jeugd en re-integratie. Bekijk bron